Zoek en je zult gevonden worden

Overweging op zondag 11 september 2022 door Ineke Lamers

Bij: Exodus 32, 7-14 en Lucas 15, 1-10

 

Het is de zondag van het verlorene, las ik ergens in een liturgische en exegetische handreiking bij de lezingen van deze dag. Een schaap verliest de aansluiting met de kudde, zwervers raken hun vertrouwen kwijt, een arme vrouw is geld kwijt, beroepsgelovigen verliezen de verbinding met hun bron en God zelf verliest bijna haar geduld met haar geliefde volkje onderweg. Kwijtraken, van het padje af raken, verloren lopen, verdwalen, de verkeerde kant uitgaan, richtingloos worden, niet meer weten waaraan en waaraf: het overkomt ons, het overkomt zelfs de ENE zelf. Wie zal ons vinden in ons zoeken? En laten wij ons vinden, of sluiten we ons af

Keer om

In diezelfde liturgische handreiking las ik ook dat het in beide lezingen gaat om bekering. Nu valt er natuurlijk niks te bekeren, om te keren, als er niet eerst een besef is van afdwalen, van verdwaald zijn. En daarvoor moet er een richting zijn, een richtlijn, een bestemming. Je zou over de hele Schrift kunnen zeggen: ze staat vol met richtingaanwijzers en visioenen, met grote verhalen over wat leven zijn kan als je de levende God de ruimte geeft. Én dat boek is vol van verhalen over mensen die wel of juist niet tot inkeer willen, kunnen of durven komen. We hebben het allebei in ons.

Mensen keren zich af van God

Exodus 32, 1-14 laat ons daar iets van zien. Eerder wordt verteld over Mozes die lange tijd letterlijk uit beeld is. Veertig dagen en veertig nachten is hij in de wolken, bij de ENE. De ENE spreekt tot hem, schrijft op stenen tafelen het hart van het verbond. Ze zijn elkaar nabij. Maar beneden voelen ze zich in de steek gelaten. Ze zijn een groep mensen onderweg, met onbekende bestemming. En ze horen een belofte en verder niets. Hun behoefte aan zichtbaarheid, aan houvast, aan iets wat je kan zien en aanraken is zo sterk, dat ze zich ontdoen van hun goud en Aäron een beeld van goud laten gieten. Een stierkalf wordt het, ze vereren het als een god en vieren uitbundig feest.

God bekeert zich opnieuw tot zijn eigen mensen

Onze lezing van deze morgen vertelt wat er daarna gebeurt: de ENE ziet het vanuit den hoge en wordt woedend. Hij staat op het punt om dit volk te vernietigen en om alles wat hij het beloofd heeft aan uitsluitend Mozes te doen. Mozes gaat daar niet op in, maar, zo zegt onze vertaling: ‘Mozes probeerde de HEER, zijn God, milder te stemmen’. Mozes is hier aan het werk om wat hard is zacht te maken. Dat lukt overigens. De Naardense vertaling zegt het zo: ‘Mozes zoekt de zachtheid van het aanschijn van de ENE, zijn God.’ Die tweede vertaling legt wat mij betreft een ander accent: je wéét dat die zachtheid er is bij de ander, je probeert de ander ervan bewust te maken. En zo komt er beweging in die ander, gaat die ander aan het werk. God laat zijn ware aard vinden door een van zijn schepselen en bekeert zich opnieuw tot zijn eigen mensen.

Onzichtbaar, maar wel in dialoog

Dat kan allemaal, omdat God in de Hebreeuwse bijbel geen statische entiteit is. Er is van alles gaande in die God: spreken, scheppen, luisteren, boosheid, woede, verlangen, zoeken, stilte, humor, liefde. En dus ook berouw, bekering. Bij tijd en wijle laat God zich gezeggen. Anders gezegd: bij tijd en wijle moet zelfs God eraan herinnerd worden waar het haar ooit om begonnen was.

Dat gouden kalf is weliswaar tastbaar, maar ook onveranderlijk, hard, glad. Er is geen dialoog mee mogelijk. Het wordt niet woedend, maar ook niet blij, het geeft geen richting, het is geen redding. Het verbindt wel in uitbundig feest, maar biedt niets voor het dagelijks samenleven in het beloofde land. Er zit geen leven in, het kan niets geven en het kan niets ontvangen en zich bekeren al helemaal niet.

De onzichtbaar aanwezige Bijbelse God is voortdurend in beweging, voortdurend schepper, voortdurend uit op sjaloom, heelheid, gerechtigheid, bevrijding. Geloven is misschien wel de uitdaging om op dat ongrijpbare, onzichtbare te vertrouwen en van daaruit het leven te leven. Dat valt niet mee, toen en daar niet, nu en hier ook niet.

Ruimte voor verandering

De Schriftgeleerden en Farizeeën – in ieder geval vertelt Lucas zo over hen – weten het allemaal zo zeker: hoe God is, hoe het hoort. Het heeft iets statisch: ze geven God en hun medemensen geen ruimte voor het onverwachte, voor een richtingverandering. Er zijn hokjes: voor tollenaars, voor zondaars, voor vromen, voor onruststokers, voor heidenen, zelfs voor God. Het is niet de bedoeling dat die dingen door elkaar gaan lopen. Als vroom mens houd je je afzijdig van wie de goddelijke wet overtreden. Wie met pek omgaat, wordt ermee besmet.

Daarom is het voor hen onvoorstelbaar dat iemand niet op afstand oproept tot bekering, maar zich daadwerkelijk inlaat met zondaars en tollenaars. Jezus laat zich letterlijk aanraken door hen. Hij laat zich vinden door hen en zoekt hen op. Hij brengt in beweging, tot bekering, omdat hij zich niet afzijdig houdt van het klungelige leven van gewone mensen. Hij ziet hun moeite, hun ziekte, hun verdriet, hun demonen, hun uitsluiting, hun armoede. En hij is erbij, hij eet en drinkt met hen, hij biedt hoop, troost, perspectief. Het lijkt God wel…

Ruimte laten voor bekering

Wat de beroepsgelovigen in het evangelie van vandaag zich nóg minder kunnen voorstellen is, dat er mogelijk bij henzelf ook iets te bekeren valt. Wanneer Jezus zijn gelijkenissen vertelt over het ene verloren schaap waarnaar de herder op zoek gaat, over het ene kwijtgeraakte muntje dat een vrouw haar hele huis overhoop doet halen, over de grotere vreugde in de hemel om de bekering van één zondaar, dan is er bij hen geen besef dat zij weleens dat schaap, dat muntje, die zondaar zouden kunnen zijn. Omdat ze zo zelfingenomen zijn, hokjesdenkers, sluiten ze zich juist af voor de levende God, die God-met-ons is.

Zelfingenomenheid, gebrek aan vertrouwen, korte termijndenken, hokjesgeest, kleingeestigheid, afgoderij: het zijn struikelstenen op de weg van vertrouwen in de ENE.

Laten we biddend zingen dat wij haar roepstem toelaten, zodat Zij ons kan vinden, zodat wij elkaar zoeken en vinden.

Amen.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.